Twintigjarige verjaringstermijn ex art. 3:307 lid 2 BW t.a.v. vordering uit voorbehoud in een vaststellingsovereenkomst begint pas te lopen als gelaedeerde bekend is met het feit waarop het voorbehoud betrekking heeft en de vordering dus opeisbaar wordt.

,

Auteur(s): C.A.M. Roijackers

Verschenen in: Letsel & Schade 2015, nr. 3, p. 74

Download PDF